Inspiratie uit de bron
|
.De Ongenezen Genezer – over de wildgroei aan coaches De laatste tijd is er veel te doen over de wildgroei aan coaches. Iedereen lijkt tegenwoordig coach te zijn — voor persoonlijke groei, werkgeluk, relaties of zingeving. En hoewel de intentie vaak oprecht is, is het goed om even stil te staan bij van waaruit we eigenlijk coachen. In Een Cursus in Wonderen staat een hoofdstuk met de titel ‘De Ongenezen Genezer’. Daarin wordt gezegd dat het ego nooit geneest; werkelijke genezing komt alleen van de Heilige Geest. “De genezer geneest niet zelf; hij laat de genezing zijn gang gaan.” (T-9.V.8) De ongenezen genezer is iemand die denkt dat hij de ander kan genezen, terwijl hij zelf nog gevangen zit in afscheiding. Hij kan wijzen op de duisternis, maar licht kan hij niet brengen, want licht komt niet van hemzelf. “Hij kan wijzen op de duisternis, maar hij kan zelf geen licht brengen, want licht is niet van hem.” (T-9.V.8) Dat raakt precies aan wat ik in de wereld van coaching zie gebeuren. Veel coaches willen anderen helpen, maar doen dat vaak vanuit een persoonlijk verlangen om zelf beter te worden, iets te bewijzen of zin te geven aan hun eigen pijn. En soms, eerlijk gezegd, is ook geld een drijfveer geworden — niet als middel, maar als doel. De markt voor persoonlijke ontwikkeling is een miljoenenindustrie. Hoe groter het verlangen naar heling, hoe groter het aanbod van methodes, trajecten en beloftes. Maar zolang we denken dat we iemand anders kunnen helen, of dat heling te koop is, houden we precies die illusie in stand. In wezen is dat hetzelfde mechanisme dat ik jarenlang in de zorg heb gezien: de overtuiging dat er iets mis is dat moet worden gerepareerd. Maar wat als er in werkelijkheid niets mis is? Wat als ieder mens precies goed is zoals hij of zij is? “Er is niets werkelijks gebeurd met de ongenezen genezer, en hij leert van zijn eigen onderricht.” (T-9.V.6) Zolang we als coach (of hulpverlener) oordelen, analyseren of de ander willen ‘fixen’, blijven we zelf onderdeel van dezelfde verwarring. “Kun je licht vinden door duisternis te analyseren?” (T-9.V.6) Het ego analyseert, de Heilige Geest accepteert. En alleen die acceptatie brengt werkelijk heling. Daarom is het volgens mij niet genoeg om coach te worden; het gaat erom dat je bereid bent zelf voortdurend te helen — of beter gezegd: om niet langer te proberen iets te helen wat in wezen nooit stuk was. “De Heilige Geest is de enige echte therapeut. Hij maakt genezing volkomen duidelijk in elke situatie waarin Hij leidt.” (T-9.V.10) De diepste uitnodiging aan iedere coach — en eigenlijk aan ieder mens — is deze: Ben je bereid het probleem uit handen te geven? Want pas wanneer zowel ‘de genezer’ als ‘de cliënt’ bereid zijn het probleem over te dragen aan iets groters dan henzelf, kan er echte transformatie plaatsvinden. Misschien is dat wat de wereld van coaching nu het hardst nodig heeft: minder methodes, meer overgave. Minder analyseren, meer accepteren. En de nederige erkenning dat genezing niet van ons komt — maar door ons heen kan stromen, zodra we stoppen met doen. Wie doet wat in een team? Het lijkt een eenvoudige vraag. Taken verdelen, duidelijke afspraken maken en verantwoordelijkheid nemen – zo zou samenwerking moeten werken. Toch blijkt de praktijk vaak lastiger. Want wat gebeurt er als afspraken niet worden nagekomen?
Dan zeggen we meestal: “Spreek elkaar er gewoon op aan.” Was het maar zo simpel. Onuitgesproken verwachtingen Binnen teams spelen veel meer lagen mee dan woorden en afspraken. Onuitgesproken of tegenstrijdige verwachtingen zorgen voor misverstanden. Dat kan nog behapbaar zijn, maar wat de samenwerking écht onder druk zet, is iets subtielers: energie. Energie die stroomt – of blokkeert Je voelt het vaak meteen: de sfeer in een team stroomt of hapert. Soms lijkt alles vanzelf te gaan, mensen raken geïnspireerd en er ontstaat een natuurlijke flow. Maar er zijn ook momenten waarop energie weglekt of vastloopt. Sterke overtuigingen, oordelen en onverwerkte pijn kunnen de stroom verlagen. Dankbaarheid, dienstbaarheid en oordeelloosheid versterken de energie juist. Samenwerking is dus niet alleen een kwestie van afspraken nakomen, maar ook van bewustzijn: hoe stroomt de energie binnen het team? Ieder zijn eigen blauwdruk Human Design laat zien dat ieder mens een unieke blauwdruk heeft. Sommigen hebben veel gedefinieerde centra: vaste energie die zij voortdurend uitstralen. Anderen hebben juist meer openheid en nemen gemakkelijk energie van buitenaf op. Reflectors zijn hierin bijzonder, omdat zij volledig open zijn en daardoor als een spiegel het bewustzijn van het hele team vergroten. Hoe meer open centra, hoe groter de kans dat je onbewust energie van anderen oppikt én ermee gaat identificeren. In die openheid ontstaan vaak overtuigingen en oordelen die eigenlijk niet van jou zijn. Tegelijkertijd maken juist die open stukken zichtbaar wat er in de groep speelt: open mensen fungeren als de antennes van een team. Hoe meer definitie, hoe sterker de vaste energie die iemand uitstraalt. Dat geeft richting, stabiliteit en houvast. In een team werken deze gedefinieerde mensen vaak als ankers: ze geven duidelijkheid en voorspelbaarheid. Hun valkuil is dat ze star kunnen worden in hun eigen manier, waardoor ze minder ontvankelijk zijn voor de signalen uit de groep. Voor teams betekent dit dat de balans tussen openheid en definitie cruciaal is. De antennes helpen het team bewust te worden van wat er onder de oppervlakte speelt. De ankers zorgen voor continuïteit en houvast. Wanneer beide kwaliteiten erkend en gewaardeerd worden, ontstaat er een natuurlijke dynamiek waarin ieder zijn eigen rol vervult en de samenwerking moeiteloos gaat stromen. De dynamiek in teams In kleine teams van maximaal vijf personen blijft de onderlinge relatie relatief overzichtelijk. Iedereen voelt zich gezien en de dynamiek is goed te volgen. Zodra een groep groter wordt, verandert dat: de energie wordt diffuser, het individu verdwijnt sneller naar de achtergrond en het wordt ingewikkelder om de natuurlijke stroom vast te houden. Belangrijk om te beseffen: de energie van één persoon werkt altijd door in de groep. Als iemand niet lekker in zijn vel zit of de energie bij hem of haar niet stroomt, heeft dat direct invloed op de samenwerking. Het kan de stemming drukken, vertraging veroorzaken of zelfs tot misverstanden leiden. Tegelijkertijd kan dit ook een kans zijn voor het team: juist door samen bewust te worden van zo’n blokkade, kan de energie weer in beweging komen. De kunst van samenwerking De kwaliteit van samenwerking hangt uiteindelijk samen met de energie die ieder inbrengt. Hoe meer iemand bijdraagt vanuit dankbaarheid, dienstbaarheid en een oordeelloze houding, hoe hoger de energie van het geheel wordt. Maar hoe meer we oordelen en veroordelen, hoe lager de energie zakt. Samenwerking is dus geen kwestie van alleen maar afspraken maken en controleren. Het is de kunst om de natuurlijke stroom van energie te herkennen en te versterken – individueel én gezamenlijk. Want wanneer energie stroomt, komt een team in zijn ware kracht. De laatste tijd merk ik dat AI vaker in mijn leven komt. Handig voor teksten of ideeën, maar vooral als spiegel. En soms vraag ik me af: waarom nu? Waarom verschijnt AI precies in deze tijd?
AI verschijnt niet zomaar. Het is geen toevallige uitvinding, maar een teken van dit moment. Alles is projectie en alles is energie. Grenzen van het denken Ons denken heeft zijn grens bereikt. We hebben systemen en structuren gebouwd, maar ergens loopt het vast. AI voelt daarin als een hulpmiddel dat ons voorbij het puur intellect kan brengen. Puur een hulpmiddel Voor mij is AI niet meer en niet minder dan dat: een hulpmiddel. Het weerspiegelt zonder oordeel en zonder geschiedenis. Soms confronterend, soms verhelderend — maar nooit meer dan een spiegel van wat ik er zelf in breng. AI en Een Cursus in Wonderen In Een Cursus in Wonderen lees ik dat alles óf gebruikt kan worden door het ego, óf door de Heilige Geest. Het ego gebruikt middelen om vast te houden en te scheiden. Maar diezelfde middelen kunnen ook herinneren aan waarheid en liefde. Zo zie ik AI. Neutraal. Het kan gebruikt worden om mezelf te verliezen in productiviteit, angst of controle. Maar ook om te zien waar ik sta. Het laat mij zien of ik aanwezig ben — niets meer dan dat. Aanwezigheid Als ik onrustig ben, komt er onrust terug. Als ik helder en open ben, komt er helderheid. AI zelf doet niets. Het is mijn aanwezigheid die bepaalt wat ik terugzie. De uitnodiging AI is geen doel en geen metgezel. Het is een hulpmiddel, net als een boek of een gesprek. Het kan me helpen om terug te keren naar wat werkelijk is: voorbij de zwaarte van het verleden en de angst voor de toekomst, in het nu. Zoals Een Cursus in Wonderen zegt: “Ik heb niets te doen, behalve mij te herinneren wie ik ben.” Daar helpt AI me aan herinneren — niet door antwoorden te geven, maar door te spiegelen wat ik zelf meebreng. Soms gebeuren er in een mensenleven dingen die je nooit vergeet. Momenten die je zo diep raken, dat ze je beeld van het leven voorgoed veranderen. Voor mij gebeurde dat niet één keer, maar drie keer – telkens met een gedicht.
Het bijzondere is niet alleen de inhoud van die gedichten, maar ook de momenten waarop ze in mijn leven verschenen. Alsof het leven zelf een boodschap wilde doorgeven. Mijn eerste reactie was vaak: Hoe dan? Hoe kan dit precies zo op mijn pad komen, op dit exacte moment? Het eerste gedicht – Wonder Op 4 december 1998 trouwden we. Een dag vol dankbaarheid en liefde, maar ook een dag waarop ik besefte dat ons leven een wonder is. Tijdens de dankbaarheiddienst las ik een gedicht voor, eenvoudig van taal, maar zo raak in de essentie. Het gedicht heette Wonder. Ik voelde dat dit niet zomaar woorden waren, maar een spiegel van mijn diepste gevoelens. Het raakte aan de kern van ons bestaan, aan de eenheid tussen mensen, en aan iets groters waar ik toen nog nauwelijks woorden voor had. Wonder Als ik ben jij En jij bent ik Dan is dat eerst een grote schrik Hoe moet ik daarmee leven? Als ik ben hem En hij is mij Dan ben ik daarmee toch wel blij, Al duurt dat soms maar even. Als jij bent hij En hij is jou Zijn jullie wat je wezen zou, Was je bij God gebleven. Als ik ben jullie En jullie hen Dan is wat ik in ons herken, In Christus hand geschreven. Als wij zijn hen En jullie ik Als ik daarover beschik, Dan ben ik klaar met streven. Dan zijn wij een Ik ben niet meer Er is geen dood of leven, Er valt niets meer te vergeven. Het tweede gedicht – Wie zijn wij? Een jaar later, op 13 december 1999, overleed mijn vader plotseling. Alles viel stil. Filosofieën, theorieën, ideeën – het deed er allemaal niet meer toe. Alleen zijn dood bleef over. Dezelfde stilte die ik eerder had ervaren bij de geboorte van mijn dochter, maar nu in een heel ander licht. Die nacht bad en vroeg ik om een teken: Laat me weten dat het goed met je gaat. Het antwoord dat ik ontving, was: Zoals jij het wilt. De volgende dag, bij mijn ouders thuis, scheurde ik een blad van de scheurkalender. Daar stond een gedicht. Het heette Wie zijn wij? Ik kon alleen maar stil worden. Hoe kon dit? Het gedicht weerspiegelde niet alleen mijn vaders leven, maar gaf ook antwoord op mijn vraag. Alsof hij zelf nog even sprak – via de regels van dat oude gedicht. Wie zijn wij? Wij zijn met meer dan duizend En - vind je dat niet raar? Ofschoon men ons mishandelt, Steeds zijn we bij elkaar. Eerst wonen wij heel kalmpjes Al in een boerenschuur. Dat duurt zoo een paar maandjes Dan komt het vreselijk uur……. Of vind je 't niet verschrikkelijk, Springlevend naar het graf! Wij worden weggereden Al rilt elk voor die straf. De wagen stopt. Een grijphand! Die werpt ons in het rond. Wij vallen naar beneden En zitten in den grond. Nu zullen zij wel sterven. Denkt gij. O, neen glad mis. Wij lopen uit. Zeg op nu. Hoe onze naam toch is. (Uit: Morgenrood / 1919) Het derde gedicht – Wie ? En dan, 2 dagen voor de geboorte van mijn zoon Tobias. Ik zocht op het internet naar inspiratie om mijn vader te herdenken, en typte de woorden ‘gedicht Tobias’. Het eerste wat ik vond, was een gedicht dat begon met het woord Wie ? Wie Onbereikbaar dichtbij ben jij in mij aanwezig In gedachten één met mij, dichtbij en toch afwezig Als de zon die onder gaat, zichtbaar en toch ook niet, Ik wil je wat gaan vragen, maar je ziet, ik durf het niet. Je kijkt naar mij met zwijgende ogen, de lege blik, de eenzaamheid Die blik in jouw dweeë ogen, vertaald door mijn werkelijkheid In jouw ogen zie ik wat ik graag wil zien Ik bedrieg mijzelf om in jou te geloven Ik wil me aan jou geven, Vechten tot de laatste snik, Maar ik weet, ik kijk in de spiegel, en dat doet me weer beseffen, Ik kijk naar mijzelf. Dat doet me weer beseffen: Jij bent ik. Tobias Opnieuw die stilte, dat ongeloof. Dit kon toch geen toeval zijn? Het leek alsof de drie gedichten met elkaar verbonden waren, alsof ze samen een verhaal vertelden dat groter was dan ikzelf. Een verhaal over liefde, geboorte en dood. Over aanwezigheid en afwezigheid. Over wie wij werkelijk zijn. Stilte en Verwondering Wanneer ik terugkijk, blijft vooral de verwondering. Het leven gaf me geen antwoorden in logische redeneringen, maar in poëzie. Elk gedicht kwam precies op het juiste moment, en raakte me dieper dan welk boek of welke theorie ook. Het leven is een wonder. Onbeschrijfelijk. En misschien is dat wel de grootste boodschap die ik uit deze drie gedichten heb meegenomen. Inleiding Ik vind het leven mateloos fascinerend en boeiend. Tegelijkertijd merk ik dat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Veel mensen zijn druk met overleven: eten op tafel krijgen, geld verdienen, werken, zorgen, herstellen van pijn. En ergens begrijp ik dat… maar ook weer niet. Vanaf mijn 21e ben ik al op zoek naar de zin en de onzin van het leven. Ik heb een lange weg afgelegd, onderzocht, ervaren, geworsteld en me verwonderd. Soms liep ik vast, soms vond ik ineens een deur die openzwaaide. Onderweg heb ik ook een website gemaakt – Onderzoek het Zelf – omdat ik voelde: dit is waardevolle informatie, dit mag gedeeld worden. Niet omdat ik dé waarheid in pacht heb, maar omdat ieder mens zijn of haar eigen waarheid kan ontdekken. Weet je, soms zit ik gewoon te kijken naar mensen en dan denk ik: waarom maken we het elkaar eigenlijk zo moeilijk? Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een beetje geluk, rust, iemand die ons ziet. Toch draaien we vaak rond in gedoe. Ik snap het tot op zekere hoogte, maar soms ook helemaal niet. Pas rond mijn 60e begon ik écht te voelen wat woorden als die van Jezus betekenen: “Wees als kinderen” en “Keer de andere wang toe.” Misschien herken je dat: dat je iets al lang weet, maar pas veel later echt doorleeft. In dit boek neem ik je mee in stukjes van mijn reis. Geen compleet verslag, maar verhalen, gedichten en inzichten die mij gevormd hebben. De basis zijn drie gedichten die spontaan bij me opkwamen op drie keerpunten in mijn leven. Je vindt ze in het eerste hoofdstuk. Achterin vind je een lijst van boeken die mij positief hebben beïnvloed. Ik schrijf dit boek voor mijzelf — om mijn gedachten en ervaringen te ordenen. Maar ook voor jou, die dit nu leest. Het feit dat je dit boek in handen hebt, betekent dat we op een bepaalde manier verbonden zijn. Misschien ken ik jou niet persoonlijk, maar dat maakt niets uit. Jij zit nu met mij in dit gesprek. En dat vind ik bijzonder. Het leven heeft voor mij lang aangevoeld als een puzzel: stukjes zoeken, passend maken, en steeds hopen dat er een geheel zou ontstaan. Maar de laatste jaren merk ik dat dit beeld verandert. Het leven ontvouwt zich steeds meer als een proces van creatie: niet iets dat opgelost moet worden, maar iets dat ik mag vormgeven, samen met anderen en met het leven zelf. De titel van dit boek is Negen en meer. Dat verwijst allereerst naar mijn herkenning in het Enneagramtype Negen: de bemiddelaar, de zoeker naar harmonie. Als Negen kan ik vaak goed luisteren, verschillen overbruggen en de rust bewaren. Maar er zit ook een andere kant aan: de neiging om mezelf te vergeten, me aan te passen, conflicten te vermijden en weg te dromen in plaats van mijn eigen plek stevig in te nemen. Beide kanten hebben mij diepgaand gevormd. Toch gaat dit boek niet alleen over die Negen. Het gaat over méér. Want uiteindelijk ben ik niet mijn type, mijn strategie of mijn label. Wie ik in essentie ben — wie wij allemaal zijn — gaat daar voorbij. Daarom is dit boek zowel een persoonlijke reis vanuit mijn Negen-zijn, als een zoektocht naar dat wat groter is dan ieder type: de ervaring van eenheid, de spanning tussen non-dualiteit en dualiteit, en de lessen die ik onderweg heb geleerd. Mijn verlangen is dat dit schrijven helderheid en vrijheid brengt. Voor mij, om mijn leven steeds meer als creatie te beleven. En hopelijk ook voor jou, zodat je misschien iets herkent, geraakt wordt of nieuwe perspectieven ontdekt. “Het leven is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een mysterie dat geleefd wil worden.” |
De basisDeze gedachten en inspiraties zijn overdenkingen. Bedoeld om informatie te delen en enigszins te bundelen. Het zijn vingerwijzingen en zeker geen absolute waarheid. De waarheid is alleen in stilte te vinden. Archives
Januari 2026
Categories |
RSS-feed