Inspiratie uit de bron
|
Soms gebeuren er in een mensenleven dingen die je nooit vergeet. Momenten die je zo diep raken, dat ze je beeld van het leven voorgoed veranderen. Voor mij gebeurde dat niet één keer, maar drie keer – telkens met een gedicht.
Het bijzondere is niet alleen de inhoud van die gedichten, maar ook de momenten waarop ze in mijn leven verschenen. Alsof het leven zelf een boodschap wilde doorgeven. Mijn eerste reactie was vaak: Hoe dan? Hoe kan dit precies zo op mijn pad komen, op dit exacte moment? Het eerste gedicht – Wonder Op 4 december 1998 trouwden we. Een dag vol dankbaarheid en liefde, maar ook een dag waarop ik besefte dat ons leven een wonder is. Tijdens de dankbaarheiddienst las ik een gedicht voor, eenvoudig van taal, maar zo raak in de essentie. Het gedicht heette Wonder. Ik voelde dat dit niet zomaar woorden waren, maar een spiegel van mijn diepste gevoelens. Het raakte aan de kern van ons bestaan, aan de eenheid tussen mensen, en aan iets groters waar ik toen nog nauwelijks woorden voor had. Wonder Als ik ben jij En jij bent ik Dan is dat eerst een grote schrik Hoe moet ik daarmee leven? Als ik ben hem En hij is mij Dan ben ik daarmee toch wel blij, Al duurt dat soms maar even. Als jij bent hij En hij is jou Zijn jullie wat je wezen zou, Was je bij God gebleven. Als ik ben jullie En jullie hen Dan is wat ik in ons herken, In Christus hand geschreven. Als wij zijn hen En jullie ik Als ik daarover beschik, Dan ben ik klaar met streven. Dan zijn wij een Ik ben niet meer Er is geen dood of leven, Er valt niets meer te vergeven. Het tweede gedicht – Wie zijn wij? Een jaar later, op 13 december 1999, overleed mijn vader plotseling. Alles viel stil. Filosofieën, theorieën, ideeën – het deed er allemaal niet meer toe. Alleen zijn dood bleef over. Dezelfde stilte die ik eerder had ervaren bij de geboorte van mijn dochter, maar nu in een heel ander licht. Die nacht bad en vroeg ik om een teken: Laat me weten dat het goed met je gaat. Het antwoord dat ik ontving, was: Zoals jij het wilt. De volgende dag, bij mijn ouders thuis, scheurde ik een blad van de scheurkalender. Daar stond een gedicht. Het heette Wie zijn wij? Ik kon alleen maar stil worden. Hoe kon dit? Het gedicht weerspiegelde niet alleen mijn vaders leven, maar gaf ook antwoord op mijn vraag. Alsof hij zelf nog even sprak – via de regels van dat oude gedicht. Wie zijn wij? Wij zijn met meer dan duizend En - vind je dat niet raar? Ofschoon men ons mishandelt, Steeds zijn we bij elkaar. Eerst wonen wij heel kalmpjes Al in een boerenschuur. Dat duurt zoo een paar maandjes Dan komt het vreselijk uur……. Of vind je 't niet verschrikkelijk, Springlevend naar het graf! Wij worden weggereden Al rilt elk voor die straf. De wagen stopt. Een grijphand! Die werpt ons in het rond. Wij vallen naar beneden En zitten in den grond. Nu zullen zij wel sterven. Denkt gij. O, neen glad mis. Wij lopen uit. Zeg op nu. Hoe onze naam toch is. (Uit: Morgenrood / 1919) Het derde gedicht – Wie ? En dan, 2 dagen voor de geboorte van mijn zoon Tobias. Ik zocht op het internet naar inspiratie om mijn vader te herdenken, en typte de woorden ‘gedicht Tobias’. Het eerste wat ik vond, was een gedicht dat begon met het woord Wie ? Wie Onbereikbaar dichtbij ben jij in mij aanwezig In gedachten één met mij, dichtbij en toch afwezig Als de zon die onder gaat, zichtbaar en toch ook niet, Ik wil je wat gaan vragen, maar je ziet, ik durf het niet. Je kijkt naar mij met zwijgende ogen, de lege blik, de eenzaamheid Die blik in jouw dweeë ogen, vertaald door mijn werkelijkheid In jouw ogen zie ik wat ik graag wil zien Ik bedrieg mijzelf om in jou te geloven Ik wil me aan jou geven, Vechten tot de laatste snik, Maar ik weet, ik kijk in de spiegel, en dat doet me weer beseffen, Ik kijk naar mijzelf. Dat doet me weer beseffen: Jij bent ik. Tobias Opnieuw die stilte, dat ongeloof. Dit kon toch geen toeval zijn? Het leek alsof de drie gedichten met elkaar verbonden waren, alsof ze samen een verhaal vertelden dat groter was dan ikzelf. Een verhaal over liefde, geboorte en dood. Over aanwezigheid en afwezigheid. Over wie wij werkelijk zijn. Stilte en Verwondering Wanneer ik terugkijk, blijft vooral de verwondering. Het leven gaf me geen antwoorden in logische redeneringen, maar in poëzie. Elk gedicht kwam precies op het juiste moment, en raakte me dieper dan welk boek of welke theorie ook. Het leven is een wonder. Onbeschrijfelijk. En misschien is dat wel de grootste boodschap die ik uit deze drie gedichten heb meegenomen.
Francis
9/12/2025 23:15:20
Mooi Geert, je vertelde het mij al eens nu neergeschreven Comments are closed.
|
De basisDeze gedachten en inspiraties zijn overdenkingen. Bedoeld om informatie te delen en enigszins te bundelen. Het zijn vingerwijzingen en zeker geen absolute waarheid. De waarheid is alleen in stilte te vinden. Archives
Januari 2026
Categories |
RSS-feed